THEMA'S 2022

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

September
Drieluik

Een drieluik is niet simpelweg een verzameling van drie foto’s. De foto’s moeten samen een verhaal vertellen en dat lukt vaak het beste als er toch bepaalde overeenkomsten zijn. Hoe meer overeenkomsten, des te ‘strakker’ het drieluik wordt. Je kan bijvoorbeeld een drieluik maken van dezelfde persoon, op verschillende manieren gefotografeerd. Of van verschillende personen op dezelfde manier gefotografeerd. In beide gevallen is er dus een duidelijke overeenkomst tussen de verschillende foto’s, waardoor je een mooi geheel krijgt.

Een andere manier om een sterke drieluik te creëren, is door te kiezen voor beelden die elkaar aanvullen. Je kan bijvoorbeeld kiezen voor een reportagestijl, waarbij de drie foto’s samen een verhaal vertellen. Daarbij is het dus wel belangrijk dat op het eerste gezicht meteen duidelijk wordt dat de drie beelden bij elkaar horen. Je zal dus minstens in dezelfde stijl moeten werken, zodat daar geen twijfel over kan ontstaan.

In principe kan je ieder onderwerp gebruiken voor een drieluik. Het is ook een mooie manier om je creativiteit te testen! Zeker wanneer je het resultaat uiteindelijk in huis gaat ophangen, is het wel de moeite waard om extra goed over de sfeer en bijbehorende emotie na te denken. Kille verstilde landschappen zijn bijvoorbeeld erg mooi, maar misschien niet de meest gezellige aanvulling voor je interieur. Zoek naar onderwerpen die dicht bij je staan, zoals familieleden, mooie plekken of spullen met emotionele waarde. Als je die op een bijzondere manier fotografeert, krijg je een prachtig eindresultaat!

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

Mei
Zon

  • Een goede voorbereiding is het halve werk. Bepaal van te voren de plek waar je wilt gaan fotograferen en zorg dat je daar ruim op tijd bent om je apparatuur in gereedheid te brengen en jezelf te installeren. Vaak heb je zo’n half uur voor de zonsondergang al mooie kleuren in de lucht en het is jammer als je dat zou missen.  Een site met de tijden van zonsondergang helemaal gericht op Nederland vind je hier.
  • Controleer van te voren het weer.  Laat je niet afschrikken als er wat bewolking in de lucht. Zolang niet de hele lucht één grijze massa is zorgen juist de wolken voor interessante foto’s door de kleuren die zij reflecteren en de zonneharpen die hierdoor kunnen ontstaan. Een wolkeloze hemel zorgt voor egale kleuren en is minder spectaculair.
  • n de zomer moet je vroeg op voor een zonsopkomst, het is dan handig om je fototas ingepakt en wel klaar te zetten en vergeet daarbij ook je statief niet. Denk niet alleen aan de foto’s maar ook aan jezelf en neem wat te eten, te drinken en iets warms mee om aan te trekken en eventueel een stuk plastic (een vuilniszak voldoet prima) om op te zitten.

     

    De camera instellingen

     

    • Langere sluitertijden leiden er ook toe dat zonnestralen beter tot hun recht komen op de foto. Je zet de camera op diafragma-voorkeuze of in de manuele stand en kiest voor een diafragma van f11 of f16. Soms heb je vlak voor zonsondergang een mooie zonneharp in de lucht, dan kies ik voor een diafragma van f22 en onderbelicht ik één tot twee stops om de stralen nog beter uit te laten komen. Dit doe je met de +/- knop (EV-knop).
    • Je kunt de camera ook op spotmeting zetten. Meet dan het licht ongeveer 40 graden vanaf de zon, zodat niet het felle punt van de zon zelf wordt gemeten met het grote risico dat je foto verkeerd belicht is.
    • Controleer regelmatig de belichting door het histogram van je opname te raadplegen. Zo niet dan stel je de belichting bij en neem je de foto opnieuw. ( lang leve de digitale fotografie)
    • De sluitertijd pas je op het diafragma aan. 
    • De ISO waarden laat je zo laag mogelijk ( 100 of 200) om de foto ‘schoon’te houden, hoge isowaarden geven immers ruis. Waarschijnlijk wordt de sluitertijd dan te lang om nog uit de hand te kunnen fotograferen, daarom is het statief echt een must.
    • Bij het fotograferen vanaf statief zet je de stabilizer van je objectief uit, anders zou je juist beweging in de foto’s krijgen omdat de image- stabilizer het statief niet herkent.
    • Met flitslicht zou je de prachtige kleuren en het mooie licht onzichtbaar maken, de flitser gaat uit.

Witbalans

Fotografeer je in RAW, dan kun je de witbalans op automatisch laten staan en de kleurtemperatuur achteraf zonder kwaliteitsverlies in een bewerkingsprogramma aanpassen. Fotografeer je echter in Jpeg, dan kun je beter de witbalans al direct goed instellen op bewolkt of schaduw voor een warmere uitstraling wat natuurlijk bij een zonsopkomst, of -ondergang past. In Jpeg kwaliteit kun je de foto’s niet zonder kwaliteitsverlies nabewerken.

Compositie

Al snel denk je bij het fotograferen van zonsondergangen aan oppervlakten met water. Door de reflecties van de kleuren en eventuele wolken in het water wordt je foto dan ook een echte eye-catcher. Een foto met uitsluitend een zonsondergang, kan heel saai zijn.  Let er wel op dat je, zeker bij deze watermassa’s, de horizon recht houdt. Een scheve horizon doet afbreuk aan de (technisch gezien) beste foto .

Maak voor de compositie gebruik van de regel van derden en plaats de horizon op één derde van boven of één derde van onderen. Zijn er mooie reflecties in het water dan kun je de horizon in het midden houden voor een goede balans. 
Zet de zon niet altijd midden in het beeld, maar plaats haar ook eens links of rechts van het midden. Zelf zet ik de zon meestal niet in het midden tenzij ik daar een goede reden voor heb.

Een interessante voorgrond: Planten, mensen of dieren in beeld worden silhouetten en geven meer diepte in je foto.

Let op! Lensflare: 

Bij laagstaande zon en hij staat ook nog in het kader van je foto dan heb je kans op lensflare  ( die gekleurde cirkels). Dit komt omdat de zonnestralen in je lens op de sensor vallen. Soms kan het iets toevoegen maar meestal is dat niet het geval en verstoren ze het beeld. 

Je kunt lensflare voorkomen door sowieso de zonnekap op je objectief te plaatsen en indien deze niet lang genoeg is je hand ter bescherming in het verlengde ervan houden. Of herkader en zorg dat de zon niet binnen het kader komt.

Niet te vroeg inpakken

Pak niet gelijk je spullen in als de zon achter de horizon is verdwenen.  Het kleurenspektakel begint dan soms pas en het is jammer als je juist het mooiste mist. 

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

April
Natuur

1. Bedenk wat je wilt en mooi vindt

Breng voor jezelf eens onder woorden wat jouw visie is. Wat vind je mooi en hoe wil je onderwerpen in beeld brengen? Neem eens een uurtje de tijd om hiervoor te gaan zitten en probeer bewust te maken wat er onbewust in je leeft. Zet eventueel de volgende stap door een project uit te werken. Wat wil je fotograferen en hoe wil je dit aanpakken vanuit de visie die je hebt verwoord. Op deze manier breng je verdieping in je fotografie.

2. Analyseer de essentie van wat je ziet

Als je een onderwerp ziet dat je wilt fotograferen, sta dan eerst eens stil bij wat je ziet voordat je los gaat. Wat is opvallend of ongewoon? Wat is de essentie van wat je ziet en hoe kun je dit het beste verbeelden? Als je een visdiefje steeds in het water ziet duiken naar visjes is de essentie wellicht het moment van de vangst met heel veel actie. Je zou kunnen kiezen voor het bevriezen van dat moment of juist met een lange sluitertijd de beweging willen benadrukken. Er is geen verkeerde keuze. Thuis kun je kijken welke foto het beste past bij de essentie.

3. Begin gewoon

Dit lijkt tegenstrijdig met de vorige tip, maar het is een andere aanpak voor de doeners onder ons. Door te beginnen rol je vaak van het een in het ander. Je ontdekt nieuwe mogelijkheden om je onderwerp in beeld te brengen, je probeert andere instellingen, pakt een ander objectief of je ontdekt nieuwe onderwerpen waar je je op kunt uitleven.

4. Neem je tijd

Vlieg niet van het ene naar het andere onderwerp, maar neem je tijd. Ik heb ooit eens het advies van een collega vogelfotograaf gehad: je stopt pas met fotograferen als de vogel gevlogen is. Dit advies moet je trouwens niet toepassen bij een paddenstoel of bloemetje 😉 Voorwaarde is wel dat je ook echt tijd hebt en dat je hoofd leeg is. Als je gehaast bent is het gedoemd om te mislukken. Geloof me, ik spreek uit ervaring…

5. Experimenteer

Je leest het al tussen de regels door in de twee vorige tips: experimenteer er lustig op los. Benader je onderwerp letterlijk van alle kanten als dat mogelijk is: probeer alle lichtinvallen die mogelijk zijn en werk met verschillende standpunten. Experimenteer vooral ook met je compositie, hiermee zijn oneindig veel variaties te maken.

6. Maak gebruik van alternatieve objectieven

Een nieuwe lens in je arsenaal kan een boost betekenen voor je creativiteit. Er zijn allerlei objectieven op de markt die helpen om creatief te fotograferen, zoals Lensbaby en Laowa, maar vergeet ook vooral allerlei oude objectieven niet. Er zijn bijvoorbeeld vintage objectieven op de markt die een hele mooie bokeh geven.

7. Maak eens een foto met dubbele belichting

Je voegt twee (of nog meer) foto’s samen die gemaakt zijn met bijvoorbeeld verschillende sluitertijden. Het resultaat kan een mooie dromerige sfeer opleveren. Je kunt dit zowel achteraf in een fotobewerkingsprogramma doen als ‘in-camera’.

8. Zoek een local patch

Zorg dat je een gebied vlakbij hebt zodat je weinig moeite hoeft te doen om er te komen. Als je ziet dat het licht mooi wordt kun je er snel zijn. Voordeel van zo’n plek is dat je er niets ‘moet’ en dat is heel goed voor je creativiteit. Je kent er elk plekje, weet waar wanneer het licht mooi is, waar in de herfst de paddenstoelen staan. En als ze er nog niet staan, niet getreurd, want je kunt er elk moment terugkomen.

9. Zoek de creativiteit buiten je onderwerp

Creativiteit schuilt lang niet altijd in het (hoofd)onderwerp dat je fotografeert en hoe je dat in beeld brengt. Het creatief gebruik van de voor- en achtergrond is minstens zo belangrijk. Hier ligt een grote potentie om afwijkende foto’s te maken. Het onderwerp porseleinzwam, groene kikker, bosanemoon of merel is voor iedereen hetzelfde. De context is voor iedereen anders, dus daarin kun je je onderscheiden.

10. Je neemt geen foto, je máákt een foto

Bij het nemen van een foto overheerst de zienswijze dat de situatie is zoals deze is en dat je daar als fotograaf weinig invloed op hebt. Het máken van een foto gaat uit van de zienswijze dat je een foto naar je hand kunt zetten en er je eigen interpretatie aan kunt geven. Accepteer niets als vaststaand, maar kneed je foto zoals een pottenbakker z’n klei, net zolang tot je tevreden bent.

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

Maart
Portret

1. Stel scherp op de ogen

Het allerbelangrijkste bij een portretfoto is dat de ogen scherp zijn. Omdat je vaak werkt met kleine diafragmagetallen (grote opening) is de scherptediepte niet al te groot. Het valt dan snel op wanneer de ogen niet scherp zijn. Bij een portretfoto zijn de ogen doorgaans het belangrijkste punt waar kijkers op focussen. Als de ogen dan niet helemaal scherp zijn valt dit al snel op.

2. Gebruik een grote diafragma opening

Een gemakkelijke manier om een portretfoto een professionele uitstraling te geven is door te werken met een grote diafragma opening (laag diafragmagetal). Een laag diafragmagetal zorgt ervoor dat de scherptediepte in je foto klein is. Hierdoor wordt de achtergrond onscherp, waardoor je onderwerp los komt van de achtergrond. Er is geen betere manier om de aandacht in een foto naar je onderwerp te trekken dan door alleen het onderwerp scherp te maken.
Zet je camera op de Av of A stand (diafragma voorkeuze) en selecteer het kleinst mogelijke getal (f/3.5 of f/2.8 bijvoorbeeld). Zorg er nu tevens voor dat de afstand tussen jouw en het model klein is, terwijl de afstand tussen het model en de achtergrond juist zo groot mogelijk is. Je onderwerp zal op deze manier zeker los komen te staan van de achtergrond.

3. Fotografeer op ooghoogte

Wellicht heb je deze tip al vaker voorbij zien komen hier op Photofacts, maar ik blijf hem herhalen omdat ie zo belangrijk is. Door op ooghoogte met je onderwerp te fotograferen wordt een portret direct veel beter. Dat geldt zeker voor kinderen, maar ook bij volwassen is het niet leuk als je neerkijkt op hun kruin of opkijkt tegen hun kin.
Mocht je model groter zijn dan jij dan kun je op zoek gaan naar een verhoging, maar je kunt de persoon ook vragen om zijn (of haar) benen te spreiden. Dat ziet er raar uit als je ook de benen in beeld hebt, maar bij veel portretten leg je vooral het gezicht en het bovenlijf vast.
Sommige van mijn favoriete portretfoto’s zijn niet op ooghoogte gemaakt. Natuurlijk bevestigd ook hier de uitzondering de regel. Wil je echter betere portretfoto’s gaan maken, gebruik dan deze tips als uitgangspunt en wijk af wanneer je daar behoefte aan voelt. Dat levert je waarschijnlijk de beste foto’s op.

4. Leg ook de omgeving vast

Niet alleen de persoon die je op de foto zet is belangrijk, ook de omgeving waar hij of zij zich in bevindt. In een studio is dat natuurlijk niet van toepassing, maar ben je bij iemand thuis of bijvoorbeeld op een evenement, zoek dan naar een achtergrond die direct duidelijk maakt (voor de geportretteerde in elk geval) waar en wanneer de foto genomen is.
Zo krijgt de foto extra waarde omdat het degene die je vastgelegd hebt later ook weer terug neemt naar die plek op dat tijdstip.

5. Fotografeer hun passie

Het kan wat cliché zijn, maar een portretfoto kan ook echt verbeteren als je de passie van de geportretteerde vast legt in de foto. Denk bijvoorbeeld aan de gitaar van een (hobby)gitarist of de motor van een motorrijder.
Voordeel is dat je direct ook iets hebt om over te praten; je weet zo immer waar zijn of haar passie ligt. Dan is het gemakkelijker om je model op zijn gemak te stellen en dan kun je beter foto’s maken dan wanneer de persoon nog onwennig en ongemakkelijk voor je camera staat.

6. Onderwerp uit het midden

Je maakt een portretfoto direct een stuk dynamischer wanneer je je onderwerp niet exact in het midden plaatst. De regel van derden is meestal een prima uitgangspunt; je model juist aan de linker of rechterkant van het beeld. Let dan gelijk om een eventuele kijkrichting; houdt bij de kant waar naar toe gekeken wordt de meeste ruimte vrij.
Het is ook belangrijk om op de hoogte van het gezicht in de foto te letten. Bij de minder ervaren fotografen zie je vaak dat er boven het hoofd van het onderwerp nog veel ‘vrije’ ruimte is. Hier is doorgaans niks interessant te vinden; het lichaam van je model voegt doorgaans meer toe aan de foto dan de lege lucht er boven. Kader het hoofd dus krap met de bovenkant van je uitsnede.

7. Kom dichterbij

Het is vaak moeilijk om te dichtbij te zijn voor een portretfoto. Vul met het gezicht van de persoon die je op de foto zet het hele beeld en je krijgt waarschijnlijk een prima portretfoto. Krap kaderen werkt omdat er niks meer in de foto te vinden is dat af leidt.
Veel beginnende fotografen willen iemand er ten voeten uit op hebben; van top tot teen. Voor de kijker is dat meestal weinig interessant. De aandacht gaat naar het gezicht, dus laat de rest ook weg vallen. Tenzij de omgeving een toegevoegde waarde heeft voor deze specifieke portretfoto natuurlijk..

8. Zoek zacht licht

Zacht licht is erg aangenaam bij portretfotografie. In zacht licht ziet bijna iedereen er mooi uit; het is vleiend licht. Bij het maken van portretfoto’s is het daarom slim om hard licht te voorkomen en op zoek te gaan naar zachter, diffuus licht. Vermijd dus de zon midden op de dag, want die levert harde schaduwen op.
Zacht licht heb je wel ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat bij de zonsopkomst en ondergang. Ook een bewolkte dag zorgt voor zacht licht dat het goed doet bij een portretfoto. Moet je wel een foto maken terwijl er een felle zon schijnt, zoek dan de schaduw op.
Je kunt eventueel hulpmiddelen gebruiken om harde schaduwen te verzachten; zo kun je een reflectiescherm (te koop vanaf een paar tientjes, maar ook zelf te maken met bijvoorbeeld een stuk piepschuim) gebruiken om schaduwen zachter te maken door het licht te weerkaatsen. Ook kun je inflitsen; je flitser gebruiken om harde schaduwen weg te flitsen terwijl het zonlicht wel de hoofdbron blijft van het licht.
Voorkom een geheel egale belichting; een portretfoto wordt dan juist weer saai. Je hebt contrastverschillen en overgangen nodig om diepte te krijgen in je portretten.

9. Omzetten naar zwart-wit

Vaak spelen kleuren geen belangrijke rol bij een portretfoto. Hierdoor zijn portretfoto’s vaak ook goed om te zetten naar zwart-wit. Door de kleur weg te nemen gaat de aandacht volledig naar lijnen, structuur en het onderwerp zelf. Probeer dus ook zeker eens om een portretfoto om te zetten naar zwart-wit.
Het omzetten naar zwart-wit kan direct in je camera, maar het is beter om de omzetting achteraf in PhotoshopLightroom of bijvoorbeeld Photoshop Elements te doen. Je hebt dan de meeste mogelijkheden om de omzetting volgens jouw eigen smaak te doen. Een automatische omzetting is vaak lang niet zo spannend.

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

Februari
Rook

Rook kan prachtige en abstracte foto’s opleveren. Maar hoe fotografeer je zo’n veranderlijk object?

Voor rookfotografie heb je niet veel nodig. Allereerst heb je een constante rookstroom nodig, denk hierbij aan wierook. De rook fotografeer je met een donkere achtergrond, zodat het contrast tussen de rook en de achtergrond het grootst is. Hiervoor kun je zwart papier of een zwarte doek gebruiken. Tot slot heb je een flitser nodig voor de belichting. Ten slotte heb je een camera nodig om handmatig scherp te stellen.

Rook bevriezen

Aangezien rook een beweging is, wil je deze bevriezen. Dit doe je door middel van een snelle sluitertijd. Dit betekend wel dat je meer licht nodig hebt, daar is de flitser voor nodig. Voorkeur gaat uit naar een reportageflitser op de laagste stand om bewegingsonscherpte te voorkomen. Let bij het kiezen van een sluitertijd dat deze niet korter is dan de synchronisatietijd. De flitser plaats je schuin voor of naast de wierook voor een optimale verlichting. Let op dat je lichtbron niet de achtergrond belicht.

Handmatig scherpstellen

Rook scherpstellen is vrij lastig, aangezien de positie van de rook nog wel eens verandert. Tenzij je een snelle autofocus hebt, is het verstandig om de foto’s handmatig scherp te stellen. Gebruik daarom een statief. De scherpsteltruc is om in de autofocus op het puntje van het wierookstokje scherp te stellen. Schakel de camera daarna over op handmatig scherpstellen. Je behoudt nu het puntje van de wierook als scherptepunt.

Scherpe rook

Aangezien je niet weet hoe de rook zich gaat vormen, is het verstandig om redelijk veel scherptediepte te gebruiken. Een diafragma van F8 of F11 moet als uitgangspunt wel voldoende scherpte leveren. Natuurlijk kun je dit nog altijd aanpassen naar wens. Ruis kan ook voor onscherpte zorgen. Stel daarom een zo’n laag mogelijke iso in van 100.

Compositie bepalen

In een windstille omgeving gaat de rook recht omhoog. Maar met een klein beetje luchtstroom, bijvoorbeeld van een hand, zal de rook andere vormen aannemen. Wat voor compositie kies je? Breng je alles in beeld of maak je een abstracte uitsnede? Je kunt ook kijken naar de richting van de rook. Laat je deze omhoog gaan, of draai je de foto om zodat de rook zijwaarts gaat? Het is verstandig om een totaalplaatje te fotograferen en in de nabewerking voor een spannende uitsnede te kiezen.

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera

Januari
Spelen met licht

Voor fotograferen hebben we licht nodig. Je krijgt hierbij te maken met twee typen licht: hard licht en zacht licht. Bij het maken van een foto kun je op veel manieren spelen met het licht, of het nu zonlicht, lamplicht, kaarslicht of tegenlicht is, je kunt met het licht altijd wat. Wist je dat het woord fotografie is afgeleid van het Grieks en letterlijk betekent ‘schrijven met licht’.

Bij natuurlijk licht ben je afhankelijk van het weer, het jaargetijde en het tijdstip van de dag waarop je gaat fotograferen. Als je binnen fotografeert kun je te maken krijgen met kunstlicht. Kunstmatig licht geeft zijn eigen kleur af waar je ook weer rekening mee moet houden.

Met het fotograferen kun je met behulp van het licht diverse stemmingen vastleggen op je afbeelding. Het is dan ook heel leuk om met het fotograferen je te laten uitdagen door het licht en op die manier creatieve magische foto’s te maken. Je moet je er wel altijd terdege van bewust zijn wat het licht doet met de foto. Dit kun je bereiken door veel te oefenen met de diverse vormen van licht en daarna je foto’s kritisch te bekijken.

Direct licht / hard licht

Direct licht komt van één punt, dit kan zijn de zon (vooral midden op de dag), een lichtspot of je flitser. Deze kleine lichtbronnen schijnen direct op je onderwerp. Hierdoor krijg je harde donkere schaduwen en kun je overbelichte lichte plekken op je foto krijgen. Details kunnen zowel in de donkere als in de lichte delen op je foto verloren gaan. Dit licht noemen we hard licht. Op zonnige dagen is het belangrijk om niet op het midden van de dag te fotograferen, je kunt dan beter vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag, in het gouden uur erop uit trekken om mooie foto’s te maken.

Diffuus licht / zacht licht

Bij diffuus licht heb je te maken met egaal licht zonder harde schaduwen. Het licht valt van alle kanten op je onderwerp, de schaduwen zijn heel licht of ontbreken helemaal en je hebt geen last van reflectie. Een voorbeeld van diffuus licht is mist. Maar ook bij een zwaar bewolkte hemel wordt het onderwerp door de gehele lucht verlicht. De schaduw van een onbewolkte dag geeft ook diffuus licht. Ze geven allen dan diffuus of wel zacht licht.

cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
cartoon camera
Back to top